Recensie Haarlems Dagblad
•16 juni • 2008 • P. Bruyn

Daar stond ze zondagmiddag in het muziekkoepeltje in De Hout te zingen. In een roze jurk en op teenslippers. De koningin van het Servische zigeunerlied Ljiljana Buttler. Zonder de Mostar Sevdah Reunion band waarmee gewoonlijk in de grote theaters optreedt. Slechts twee gitaristen om haar machtige zang in de juiste richting te sturen. Een wereldster. Alsof je Bruce Springsteen plots voor de ingang van de Dekamarkt ziet staan zingen. Het Houtfestival is al decennialang zo'n cultureel evenement waar de muziek niet op de eerste plaats lijkt te komen. De boodschap, de solidariteit en de sfeer staan voorop. Maar ondertussen blijkt er in artistiek opzicht heel veel mogelijk. Muzikaal avontuur dat zich niet hoeft te conformeren aan de 'kaartverkoop'. En dat alles op een evenement waar je geen muntjes hoeft te halen voor je een drankje kunt bestellen en waar geen hekken om het terrein staan. Kortom, een bevrijdend gevoel.

In die sfeer kon de luie, zomerse en kosmopolitische popmuziek van de Mozambikaan Neco Novellas zondagmiddag even goed gedijen als de hoekige Hollandse liederen van De Kift. De Zaanse groep heeft de afgelopen twee decennia de grenzen van 'het Nederlandse lied' net zo consequent doorbroken als Novellas van continent naar continent hopt. En zondag bewezen de Zaankanters als festivalband een absolute topper te zijn.

Een zondag Houtfestival betekent dat je binnen een straal van vijftig meter kunt kiezen uit een dozijn snacks uit alle windstreken. Dat je dat fantastische Star-bier uit Ghana kunt drinken of uit volle borst 'De Klok van Arnemuiden' meezingen met zeeliederenkoor De Binkies. En dat je je aan het 'zoensjoelen' kunt wagen. Een daverend succes dit jaar! Schuif je een sjoelschijf krachtig genoeg over de bak, dan wordt een hefboommechanisme in werking gezet waardoor een Buys' zoen - in minder politiek correcte tijden nog 'negerzoen' geheten - door de lucht vliegt en met een beetje geluk recht in de geopende mond van de speler.

Bij sommige onderdelen van het festival kun je anno 2008 vraagtekens zetten, zoals het in samenwerking met de Koorbiënnale geprogrammeerde openingsconcert Babylon Voices. Een podium vol zangers en zangeressen in klederdracht, aangevuld met een Hollands kinderkoor, die met blije gezichten iets als 'iedereen gelijk' zingen en op commando spontaan beginnen te dansen. Niet alleen straalt het een tuttigheid uit die aan de jaren vijftig herinnert, maar het bevestigt ook alle foute vooroordelen die er bestaan tegen de multiculturele samenleving en ondermijnt in feite de volwassen artistieke programmering die het Houtfestival al jaren nastreeft. Iets dergelijks geld voor het toch erg geforceerd overkomende project 'Haarlem van Heinde en Verre', een compositieopdracht van het festival aan udspeler Kamal Hors. Het is een misvatting dat je door een zak geld op tafel te zetten mensen uit verschillende culturen plots samen iets moois kunt laten maken. Zo werkt dat niet. Het moet spontaan komen. En dat dat kan bewees zondag bijvoorbeeld prachtige debuutconcert van Oxymore, een nieuwe band rond bassist Mark Haanstra en violist Oene van Geel. Maar ook het concert van Messechinka, een groep die de Bulgaarse vrouwenzang van alle muffige trekjes ontdoet en een frisse swingende ontmoeting met de jazz aangaat.

En dan was er nog Soul Science, de groep van de Britse bluesgitarist Justin Adams en de Gambiaanse, uit Ifang Bondi afkomstige zanger Judeh Camara, die swingt als een kerk vol net bekeerde James Browns. Voor het eerst in Nederland. Een primeur voor het Houtfestival.
Dit zijn nou de dingen waar 'Haarlem Cultuur' zich werkelijk buiten de stadsgrenzen mee kan presenteren.

Peter Bruyn

Laatst aangepast (donderdag, 18 juni 2009 09:50)