Hanggai
Houtpodium 18.05 uur

Hanggai veroverde vorig jaar Lowlands in de Flevopolder, Zwarte Cross in Lichtenvoorde, Sziget in Budapest en Roskilde in Denemarken met hun mix van wonderlijke vocalen en stampende rockmuziek. Sommige songs zijn simpel en traditioneel, andere meer complex en modern. Hun knorrende keelklanken klinken misschien in het begin intimiderend, rauw en monotoon, maar na een paar tonen raak je verslaafd aan de slaap-, drink- en heldenliedjes van Hanggai. Ze nemen je mee van het bruisende Peking Centrum naar de desolate graslanden van Mongolië. Aan het eind van hun optreden blijkt dan dat de eeuwenoude traditie van het boventoonzingen ineens niet meer raar klinkt, maar vertrouwd. De pakkende muziek doet je heimwee krijgen naar een plek waar je nog nooit geweest bent! Deze fenomenale cross-over is te horen en te zien op het Houtpodium.


Hanggai ontstond toen de voormalige punkmuzikant Ilchi uit Beijing op zoek ging naar zijn roots in Mongolië en op het conservatorium van Ulaanbaatar belandde. Daar kwam hij in aanraking met keelzang en Mongoolse instrumenten als de morin khuur (een paardenharen tweesnarige viool) en de tobshuur (een Mongoolse luit). Met de twee traditionele muzikanten Hugejiltu en Bagen startte Ilchi Hanggai, genoemd naar het centrale Mongoolse gebergte en tevens het mystieke woord voor al het goede van de aarde.

 

Terug in Peking werd de groep uitgebreid tot een vijfmansformatie. Hanggai gebruikt niet alleen traditionele instrumenten, maar ook elektrische gitaren, banjo's en computers. De melodieën op de snaren klinken erg Chinees maar toch ook heel soepel. De keelzang in duet met gewone, dus niet-grommende zang, maakt pakkende refreintjes die al snel niet meer uit je hoofd gaan. Een pluim voor Hanggai omdat ze de curieuze vocalen van de Mongoolse steppen in een bijna alledaags liedjesdecor zetten, zonder 'hun ziel' te verliezen.